Gevaar Eikenprocessierups  

De eikenprocessierupsen komen nu ook in onze gemeente voor !

In de maanden mei, juni en juli kan je op eikenbomen de larve van een nachtvlinder, met name de eikenprocessievlinder aantreffen. Vanuit hun nesten gaan deze behaarde rupsen 's nachts ‘in processie’ op zoek naar voedsel. Een zichtbaar gevolg hiervan zijn kaalgevreten takken in bomen. Gezonde bomen echter ondervinden weinig hinder van deze vraat. Meestal krijgen de eikenbomen tijdens de zomer of het volgende jaar opnieuw bladeren.

Hoewel het om een volkomen natuurlijk verschijnsel gaat, kunnen mensen na contact met de brandhaartjes van deze rupsen jeuk, huiduitslag of irritaties aan ogen of luchtwegen krijgen. Vooral bij droog en winderig weer kunnen wandelaars en fietsers best voorzichtig zijn en zich beschermen tegen de brandharen.

Wat doen bij overlast van eikenprocessierupsen?

Waarschuw de milieudienst.

Wat je vooral niet moet doen:

  • De rupsen aanraken en zelf trachten te bestrijden.
  • Gebruik zeker geen insecticiden, want de irriterende haren blijven nog lang actief en deze middelen kunnen schadelijk zijn voor de mens en het milieu.
  • Wegspuiten met bijvoorbeeld een hogedrukreiniger mag je ook zeker niet doen. De haren en de rupsen kunnen dan immers via de lucht verspreid raken.

Hoe voorkom je ongemak?

  • Vermijd elk contact met de rupsen en de resten ervan, zoals vrijgekomen brandharen en lege nesten.
  • Zorg bij een bezoek aan een (natuur)gebied met rupsen voor goede bedekking van de hals, armen en benen en ga niet op de grond zitten.
  • Na aanraking van de rupsen of haren niet gaan krabben of wrijven, maar de huid goed wassen of spoelen met water.
  • Zo nodig al je kleren wassen.
  • Raadpleeg in geval van twijfel of bij ernstige klachten je huisarts.

Meer info?

Wees niet gek. Doe de tekencheck ! 

Teken leven overal: in je tuin, in de duinen,in het bos, ...

Ze kunnen zich vastbijten in je huid en zo kan je ziek worden.

Afvalverbranding: Wat mag en wat mag niet ? 

Het verbranden van afval (ook groenafval) in open lucht is in principe steeds verboden. "In principe", want er zijn nog een paar uitzonderingen:

Een landbouwer mag een hoop snoeiafval van gewassen of bomen midden op zijn veld dus niet zomaar in brand steken. Er wordt nog te veel van uitgegaan dat het verbranden van louter groenafval "op het veld" nog toegelaten is, zolang de bepalingen van het Veldwetboek maar zijn nageleefd. Dat klopt dus NIET.

De Vlaamse milieuwetgeving (Vlarem) is duidelijk: afval verbranden in open lucht is voor iedereen verboden. Het verbod geldt niet alleen voor het verbranden van papier, plastic, piepschuim, autobanden en andere rommel, maar ook van biomassa-afval zoals gft, houtafval en groenresten. De milieuwetgeving voorziet in hoofdstuk 6.11 van Titel II van het Vlarem wel enkele specifieke uitzonderingen. Enkel in volgende gevallen is verbranding in open lucht nog toegelaten:

  1. het maken van vuur in open lucht in bos- en natuurgebieden, als beheermaatregel wanneer afvoer of verwerking ter plaatse van het biomassa-afval niet mogelijk is. Die activiteit mag pas plaatsvinden als de gemeentelijke overheid schriftelijke toestemming heeft gegeven of als die activiteit als beheermaatregel is opgenomen in een goedgekeurd beheerplan of vergund door het Agentschap voor Natuur en Bos;
  2. de verbranding in open lucht van plantaardige afvalstoffen die afkomstig zijn van eigen bedrijfslandbouwkundige werkzaamheden of van het onderhoud van landschapselementen, als afvoer of verwerking ter plaatse van het biomassa-afval niet mogelijk is (bv. Hakselen of composteren niet mogelijk);
  3. de verbranding in open lucht van plantaardige afvalstoffen als dat vanuit fytosanitair oogpunt noodzakelijk is;
  4. het verbranden van droog onbehandeld hout bij het maken van een kampvuur;
  5. het verbranden van droog onbehandeld hout of een vaste fossiele brandstof in een sfeerverwarmer;
  6. het verbranden van dierlijk afval, in overeenstemming met de bepalingen, vermeld in artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013 betreffende dierlijke bijproducten en afgewerkte producten;
  7. het verbranden van droog brandbaar materiaal, met uitzondering van afvalstoffen, droog onbehandeld hout en onversierde kerstbomen in het kader van folkloristische evenementen. Die activiteit mag pas plaatsvinden als de gemeentelijke overheid schriftelijke toestemming heeft gegeven en de activiteit op een afstand van meer dan 100 meter van bewoning plaatsvindt;
  8. de verbranding in open lucht, met uitzondering van afvalstoffen, in het kader van blusoefeningen uitgevoerd door de brandweer van een gemeente, regio of bedrijf of door de civiele bescherming.

Er worden uitzonderingen voorzien voor 'bedrijfslandbouwkundige werkzaamheden'. Wat wordt bedoeld met 'bedrijfslandbouwkundige werkzaamheden'?

'Bedrijfslandbouwkundige werkzaamheden' zijn werkzaamheden die door professionele landbouwers worden uitgevoerd. Deze uitzondering is dus niet van toepassing op particulieren of 'hobbylandbouwers' die in de vrije tijd gewassen telen.

Een van de uitzonderingen is 'als afvoer of verwerking ter plaatse van het biomassa-afval niet mogelijk is'.

Hoe moet deze bepaling in de praktijk geïnterpreteerd worden?
Onder 'afvoer' verstaan we het afvoeren van het biomassa-afval met een oplegger of op andere wijze vanop het veld naar een nabijgelegen weg of stuk grond van waarop verder transport kan doorgaan. Door diverse redenen kan afvoer echter niet mogelijk zijn: het veld is te nat om er met tractor en oplegger te kunnen overrijden, of door lokaal reliëf of hindernissen (bv. beken en hagen) is het niet mogelijk om de plaats waar het biomassa-afval ligt te bereiken. Het is aan de bevoegde toezichthouder om te oordelen of aan deze voorwaarden is voldaan.
Onder 'verwerking ter plaatse' verstaan we het ter plaatse stockeren of het ter plaatse verhakselen van het biomassa-afval. Enkel indien er geen ruimte is om het biomassa-afval ter plaatse te stockeren, of indien het technisch niet mogelijk is om met een hakselaar ter plaatse te komen, geldt dat verwerking ter plaatse niet mogelijk is.

De reglementering voorziet een uitzondering op het verbrandingsverbod indien 'dat vanuit fytosanitair oogpunt noodzakelijk is'. Wat wordt bedoeld met 'vanuit fytosanitair oogpunt noodzakelijk'?

Door federale wetgeving kan het verbranden van landbouw- en fruitgewassen verplicht opgelegd worden in geval deze door bacterievuur zijn aangetast. Dat is vastgelegd in het KB van 23 juni 2008 over de maatregelen om het binnenbrengen en het verspreiden van bacterievuur te voorkomen. Het ministerieel besluit van 22 januari 2004 over de modaliteiten voor de meldingsplicht in de voedselketen legt vast dat deze ziektes gemeld moeten worden aan het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen. Op die manier kan achteraf door de toezichthoudende overheid getraceerd worden of de opgestookte gewassen effectief aangetast waren.

Tips voor verstandig GSM-gebruik 

Tot nu toe is niet bewezen dat de straling van mobiele telefoons schadelijk is voor hun gebruikers. Maar op basis van de huidige wetenschappelijke kennis kunnen gezondheidsrisico’s bij langdurig en veelvuldig gebruik van de gsm niet uitgesloten worden.

Klik hier voor een aantal tips

Ultrasone dierenverdrijvers: hinderlijk of niet? 

Een ultrasone dierenverdrijver kan een diervriendelijke oplossing zijn tegen ongewenste dieren, maar wat te doen als mensen er ook door worden gehinderd?

Klik hier voor meer info.

Veilig verwarmen - keuring stookinstallaties 

Een verwarmingsinstallatie in perfecte staat is zuinig, veilig en milieuvriendelijk. Voor centrale stooktoestellen gelden daarom drie gouden regels: de keuring voor eerste ingebruikname, het periodiek onderhoud en de verwarmingsaudit.

Toestellen met een vermogen van 20 tot en met 100kW

  Keuring voor eerste ingebruikname Periodiek onderhoud Verwarmingsaudit
Vaste brandstof Door een geschoold vakman Jaarlijks door een geschoold vakman Vijfjaarlijks door een erkende technicus verwarmingsaudit
Vloeibare brandstof Door een erkende technicus vloeibare brandstof Jaarlijks door een erkende technicus vloeibare brandstof Vijfjaarlijks door een erkende technicus vloeibare brandstoffen
Gasvormige brandstof Door een erkende technicus gasvormige brandstof Tweejaarlijks door een erkende technicus gasvormige brandstof Vijfjaarlijks door een erkende technicus gasvormige brandstof
Je ontvangt  Een keuringsrapport en een verbrandingsattest Een reinigings-en verbrandingsattest Een verwarmingsauditrapport
Wie is verantwoordelijk?  De eigenaar  De huurder De eigenaar

Belangrijk

  • De eerste verwarmingsaudit moet uitgevoerd worden bij de eerste onderhoudsbeurt nadat het toestel vijf jaar oud geworden is en nadien vijfjaarlijks. U kunt dit telkens combineren met het periodieke onderhoud.
     
  • De keuring voor eerste ingebruikname:
    • na installatie van een nieuwe toestel
    • na vervanging van ketel of brander of na verplaatsing of verbouwing van een bestaand toestel
       
  • Verwarmingsaudit:
    • eerste keer bij eerste onderhoudsbeurt nadat het toestel vijf jaar oud geworden
    • nadien vijfjaarlijks, kan samen met het periodieke onderhoud
    • toestel bestaande uit meerdere ketels: verwarmingsaudit door erkende technicus verwarmingsaudit, ongeacht het type brandstof.

Toestellen met een vermogen groter dan 100kW

  Keuring voor eerste ingebruikname Periodiek onderhoud Verwarmingsaudit
Vaste brandstof Door een geschoold vakman Jaarlijks door een geschoold vakman Vijfjaarlijks door een erkende technicus verwarmingsaudit
Vloeibare brandstof Door een erkende technicus vloeibare brandstof Jaarlijks door een erkende technicus vloeibare brandstof Tweejaarlijks door een erkende technicus verwarmingsaudit
Gasvormige brandstof Door een erkende technicus gasvormige brandstof Tweejaarlijks door een erkende technicus gasvormige brandstof Vierjaarlijks door een erkende technicus verwarmingsaudit
Je ontvangt  Een keuringsrapport en een verbrandingsattest Een reinigings-en verbrandingsattest Een verwarmingsauditrapport
Wie is verantwoordelijk?  De eigenaar  De huurder De eigenaar

 

  • Keuring altijd vóór ingebruikname:
    • na installatie van een nieuwe toestel
    • na vervanging van ketel of brander of na verplaatsing of verbouwing van een bestaand toestel 

Toestellen met een vermogen kleiner dan 20kW

  • Keuring voor eerste ingebruikname altijd verplicht
  • Jaarlijks onderhoud enkel voor stooktoestellen op vast brandstof veplicht
  • Periodiek onderhoud voor toestellen op gas of vloeibare brandstof aangewezen voor de goede en veilige werking
  • Vijfjaarlijkse verwarmingsaudit aanbevolen voor verbetering van de energie-efficiëntie

Voor meer info: http://www.lne.be/campagnes/veilig-verwarmen

Vergunning en periodieke keuring stookolietanks 

De opslag van stookolie is in bepaalde gevallen onderworpen aan een milieuvergunning en/of periodieke keuring.

Meer info vindt u op onderstaande link:

https://www.vlaanderen.be/controle-en-onderhoud-van-de-stookolietank-van-een-woning

Wespenverdelging kostprijs 

Voor de bestrijding van een wespennest kan u beroep doen op de brandweer. De verdelging kost 75,02 incl. btw euro.

Melding via https://vlaamsbrabantwest.be of bel 112

Rattenbestrijding 

Iedereen die een terrein of gebouw bezit, huurt of gebruikt moet voldoende maatregelen nemen om

ratten te vermijden en te bestrijden. Ratten knagen aan voedsel, maar ook aan houtwerk, elektrische

leidingen en kunststofbuizen. Ze graven onder funderingen of vloeren, in taluds en oevers. Ze kunnen

problemen met gezondheid en hygiëne veroorzaken. Alle ratten uitroeien is onmogelijk, maar

een effectieve combinatie van preventie en bestrijding houdt de aantallen laag en de hinder beperkt.

 

 

  1. Voorkomen !

Samen kunnen we de omgeving minder aantrekkelijk maken voor ratten. Volgende richtlijnen kunnen daarbij helpen:

  • Laat geen etensresten rondslingeren.
  • Berg voedsel veilig weg in afgesloten tonnen en dozen, gemaakt uit harde en duurzame materialen.
  • Voeder huisdieren ’s morgens en geef ze niet te veel, zodat het meeste voedsel 's avonds op is. Als u een schoteltje gebruikt, kunt u het voedseloverschot 's avonds wegbergen.
  • Verzamel huishoudelijk afval in afgesloten vuilnisbakken of containers, niet op hopen of in zakken.
  • Vermijd langdurige opslag van voedsel. Gebruik altijd eerst de oudste voorraad. Stapel verpakte veevoeders in losstaande stapels.
  • Voer huisvuil zo snel mogelijk af.
  • Ruim geregeld op in en rond gebouwen. Zo verwijdert u mogelijke schuil- en nestplaatsen en behoudt u een goed overzicht, zodat u eventuele sporen snel opmerkt.
  • Onderhoud de waterafvoer.
  • Beperk nestgelegenheid en onderdak.
  • Plaats een horizontaal plaatje rond palen en balken, zodat ratten wel naar beneden, maar niet naar boven kunnen.
  1. Bestrijden

Wanneer preventie niet volstaat, is bestrijding noodzakelijk. Omdat bruine ratten erg schuw zijn, hebben vallen en klemmen meestal weinig effect. Daarom gebruikt men gewoonlijk aangepaste gifsoorten op basis van antibloedstollingsmiddelen. Die zijn verkrijgbaar in de handel, onder andere in tuincentra.

Werken met gif is altijd gevaarlijk. Hou vergiftigd lokaas buiten het bereik van kinderen en van andere dieren. Plaats het op duidelijke rattensporen, bij voorkeur in een 'rattenbak' of in een gifbuis.

Hierdoor voorkom je dat vogels of marterachtigen het gif opeten. Bovendien breekt het gif af bij blootstelling aan licht. Onthou ook dat bestrijding slechts zin heeft als u tegelijk ook preventieve maatregelen neemt.

Omdat ratten behalve voedsel en beschutting ook water opzoeken, komen langs waterlopen meer ratten voor dan elders. Strikt genomen zou elke waterbeheerder de ratten moeten bestrijden langs de waterlopen die hij beheert, maar in de praktijk werken de verschillende beheerders nauw samen.

  • De Afdeling Operationeel Waterbeheer van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) bestrijdt de ratten langs alle onbevaarbare waterlopen van de eerste en tweede categorie. De afspraken daarover zijn vastgelegd in samenwerkingsovereenkomsten.
  • Langs waterlopen van de derde categorie bestrijden de gemeenten de bruine ratten zelf. De bestrijding van de muskusratten hebben zij, net als de provincie, toevertrouwd aan de VMM.

Muskusratten en bruine ratten zijn niet zo moeilijk van elkaar te onderscheiden.

Een bruine rat kan tot 55 cm lang zijn, staart inbegrepen. Dat is veel groter dan een muis, maar nog altijd kleiner dan een muskusrat.

De dikke, onbehaarde staart is korter dan het lichaam. Bruine ratten leven graag in een vochtige, niet te warme omgeving. Ze eten het liefst zaden maar ze zijn niet kieskeurig. Ze hebben kleine kraalachtige ogen en kleine dikke oren.

Muskusratten zijn planteneters die vooral langs waterlopen voorkomen. Ze zijn veel groter dan bruine ratten. Muskusratten zijn praktisch uitgeroeid in onze gemeente.

  1. Meldpunt ratten

a) Indien u ratten ziet langs een waterloop van de tweede categorie, kan je contact opnemen met:

  • Meldpunt rattenbestrijding provincie Vlaams-Brabant

meldpuntratten@vlaamsbrabant.be

016-26 77 90

b) Voor problemen met ratten langs waterlopen van derde categorie of specifieke rattenplagen langs wegen en grachten kan je contact opnemen met:

  • De dienst wonen en omgeving

filip.mignon@gooik.be

02-532 41 56

c) Voor problemen in en rond je woning dien je zelf bestrijdingsmaatregelen (rattenvallen, rattengif, enz.) te nemen of kan contact opnemen met gespecialiseerde firma’s.